Actie

Petitie Tweede Kamer der Staten-Generaal woensdag 13 februari 2019

De Stichting actie Behoud Ziekenhuis Lelystad is van mening dat, voor een fatsoenlijke basale gezondheidszorg, een short-stay ziekenhuis met opnamecapaciteit, operatiekamers, poliklinieken, laboratorium- en röntgenfaciliteiten en een IC-afdeling met voorzieningen voor 24 uurs spoedeisende hulp en acute verloskunde, onontbeerlijk is.

De nu door het ziekenhuis Sint Jansdal uit Harderwijk voorgestelde zorgvoorziening is niet de adequate zorg waar de inwoners uit Lelystad en omstreken (ca 150.000) recht op hebben.

Want een short-stay ziekenhuis in Lelystad
* voorkomt onnodig gesleep met kwetsbare mensen
* voorkomt overbelasting van omringende ziekenhuizen
* voorkomt onnodige investering door Sint Jansdal in extra bedden
* voorkomt (te) lange aanrijtijden
* voorkomt onnodige reistijd en -kosten
* geeft m.n. ouderen de mogelijkheid dichtbij huis te verblijven.

Als bij aanvang van de overname direct gekozen was voor een short-stay ziekenhuis in Lelystad
* hadden patiënten bij hun behandeld specialist kunnen blijven
* had een groot aantal specialisten, verpleegkundigen en andere medewerkers hun baan in Lelystad
behouden
* hadden huisartsen direct kunnen blijven verwijzen naar bekende specialisten, i.p.v. te moeten
‘leuren’ met patiënten in andere ziekenhuizen
* waren tal van incidenten voorkomen
* hadden 150.000 inwoners de zekerheid van adequate zorg dichtbij huis behouden.

De Stichting BZL dringt aan op steun van de Leden van de Tweede Kamer om haar doel te bereiken.

———————————————————————–
Voor nadere informatie:
Woordvoerder Stichting BZL, Jos Visser, 06-12989921

Gesprek met minister Bruins, twee ambtenaren en iemand van de inspectie op 19 februari 2019 in het Ministerie van Medische Zorg.

Aanw.: Albert Kok, Jos Visser, Ben Postuma, Anne Margriet Verheij.

Een delegatie van het bestuur van de Stichting Behoud Ziekenhuis Lelystad heeft op  19 februari op het ministerie  een gesprek gehad met minister Bruins van Medische zorg over de gevolgen van het faillissement van de IJsselmeer  ziekenhuizen.  Dit op uitnodiging van de minister nadat de Stichting vorige week een petitie aan leden van de Tweede Kamer had aangeboden.  Het gesprek kon de dag ervoor  voorbereid worden samen met de heer Leerink, de toekomst verkenner die door de minister is aangewezen.  Het gesprek kon in alle openheid gevoerd worden. Hierbij namen ook hoge ambtenaren en iemand van de Inspectie voor de Volksgezondheid aan deel.

Duidelijk is geworden dat er niet een gemakkelijke oplossing is. Terugkeer van het Zuiderzee ziekenhuis in zijn oude vorm is ondenkbaar. Maar het ontbreken van faciliteiten voor acute verloskunde en spoedeisende hulp in de wijde omgeving van Urk kan evenmin als acceptabel gezien worden. Voor Lelystad weegt de ziekenhuiszorg voor de vele kwetsbare  ouderen en sociaal zwakkeren heel extra  zwaar. 

De geschiedenis in Emmeloord ongeveer 10 jaar geleden lijkt zich nu voor de hele regio te herhalen. Toen is het niet gelukt om samen tot een gemeenschappelijke koers voor de toekomst  te komen. Mede door onderlinge verdeeldheid  zowel onder zorgprofessionals als de bevolking. Het maximaal haalbare bleek toen ondanks veel beloften niet méér in te houden dan een voortdurende concurrentiestrijd. Met als resultaat een beetje van alles maar te weinig voor de toekomst. 

Het is de opdracht van de toekomstverkenner  om te zoeken naar een totaal nieuwe duurzame zorgstructuur  gebaseerd op zorg leveren zo dicht mogelijk bij de mensen.  Echter de zorg die niet thuis of in het gezondheidscentrum of verpleeghuis geboden kan worden moet verwezen kunnen worden.  En daarvoor is een ziekenhuisvoorziening op acceptabele afstand onmisbaar voor. Een centrum waar zowel acute verloskunde als spoedeisende hulp en kortdurende opname mogelijk moet zijn. Maar ook een plek waar zorgprofessionals uit de eerste en tweede lijn elkaar kunnen bereiken voor overleg en samenwerking. Daarmee wordt de keten gesloten. Het ziet er naar uit dat het aanbod van de twee ziekenhuizen van buiten onze provincie daar absoluut niet toereikend voor is.  

De delegatieleden hebben benadrukt dat zij graag het initiatief van de minister steunen in het aanstellen van een verkenner die als opdracht heeft om te onderzoeken hoe te komen  tot een nieuwe zorgstructuur voor de regio waarbij de zorg van af de basis opgebouwd wordt .

 

Vervolgens is met de minister gesproken over de optie om minder hoge criteria aan een satelliet van een perifeer ziekenhuis te stellen dan aan een topklinisch of academisch ziekenhuis. Dit zou nl. veel meer mogelijkheden voor kwalitatief goede basiszorg bieden voor mensen die ver van een centraal ziekenhuis wonen. Bij het blijven hanteren van dezelfde criteria met centralisatie als gevolg wordt ook de basiszorg voor mensen in de periferie onbereikbaar. Hier ontstond de nodige spraakverwarring. De minister, gesteund door zijn ambtenaren en niet het minst de inspecteur, verzette zich hier tegen omdat hij geen twee  soorten kwaliteitscriteria voor zorgprofessional wil. Toch kwam hij met de situatie AMC Groningen en de sateliet Scheemda als voorbeeld van good practici en mogelijk een optie voor Flevoland. Hier ligt dus een uitdaging voor verdere discussie.

 

Ook is de lijst met klachten die bij de Stichting binnen gekomen zijn aan de orde geweest. Deze is inmiddels opgelopen tot bijna 80. De minister heeft weer met klem benadrukt dat alle klachten door de Inspectie worden beoordeeld. 

Er zijn veel tegenkrachten. Het zal dus veel inspanning vergen om dit voor elkaar te krijgen. De absolute voorwaarde om dit te bereiken is samenwerken. Maar als, zoals dat 10 jaar geleden gebeurd is, en ieder, om wat voor reden dan ook, zijn eigen koers wil varen ziet het er weer somber uit. 

Daarom is de Stichting blij met de positieve aandacht die de minister voor de inbreng  van gewone burgers. Reden om ons daar als gewone burgers dan ook voor in te zeten door informatie over knelpunten op te halen,  ideeën  te ontwikkelen en zo mee  te denken. De praktijk bewijst dat de ruimte er is.  De minister heeft aangegeven over een paar maanden weer met de Stichting over de voortgang  in gesprek te willen. 

 
Sluit Menu